Direct naar inhoud
www.kiesBeter.nl gebruikt analytische cookies om het gebruik van de website te analyseren en daarmee de website te kunnen verbeteren. Lees meer over cookies en hoe u cookies kunt uitschakelen. Sluiten

Lage rughernia

Belangrijke thema's bij Lage rughernia:

Ook wel: lumbale hernia

De wervelkolom (ook wel: ruggengraat) loopt van de nek tot aan het stuitje. De wervelkolom is opgebouwd uit wervels. Tussen de wervels zitten tussenwervelschijven. Deze zachte schijfjes werken als een soort schokdempers. Ook zorgen ze ervoor dat de wervelkolom kan buigen en draaien. Een tussenwervelschijf heeft een zachte kern met een hardere buitenkant.

Een tussenwervelschijf kan gaan uitpuilen. Dat heet een hernia. Het is mogelijk dat de uitpuilende schijf op een zenuw drukt. Daardoor krijgt u pijnklachten.

Een hernia kan overal in de rug ontstaan. Maar het komt het meest voor in de onderrug. Daar lopen vanuit de wervelkolom zenuwen naar de benen. Daarom kan de pijn uitstralen naar uw been.

Bekijk hoe de zenuwen van de onderrug naar de benen lopen.

Verberg

Mogelijke klachten zijn:

  • Pijn in de onderrug. De pijn straalt uit naar uw bil, been of voet.
  • Minder kracht in uw been.
  • Doofheid, tintelingen of een branderig gevoel in uw been.

De klachten nemen toe als u niest, hoest of perst. Dit gebeurt ook als u staat. De klachten zijn juist minder als u ligt.

Het geheel aan klachten heet lumbosacraal radiculair syndroom.

Verberg

Bij een hernia is de hardere buitenkant van de tussenwervelschijf niet sterk genoeg meer. Hij kan de zachte kern niet meer op zijn plek te houden. Daardoor kan de schijf gaan uitpuilen. Vaak komt de schijf vanzelf weer in de goede vorm. Daarom verdwijnen hernia-klachten meestal vanzelf.

Het risico op een hernia neemt toe door:

  • Zware belasting van de rug. Bijvoorbeeld door zwaar lichamelijk werk.
  • Veel zitten. Vooral vaak en lang autorijden is een risicofactor.
  • Stress.
  • Roken.
  • Lichaamslengte. Lange mensen krijgen sneller een hernia.
Verberg

De huisarts stelt vragen en doet lichamelijk onderzoek. Hij test onder meer uw reflexen. Ook vraagt hij u een stukje te lopen en voorover te buigen. Verder onderzoek is meestal niet nodig. Alleen bij heel ernstige klachten stuurt de huisarts u door naar het ziekenhuis. Daar kunnen ze een MRI-scan of CT-scan maken. Dit gebeurt ook als de arts twijfelt over de diagnose.

Behandeling is meestal niet nodig. De klachten verdwijnen vaak vanzelf binnen een maand of drie. Het is wel belangrijk dat u blijft bewegen. Dan herstelt u sneller. Uw huisarts kan u tips geven voor oefeningen. En hij kan pijnstillers voorschrijven tegen de pijn. Gebruik deze altijd volgens voorschrift. U krijgt dan niet te veel, maar ook niet te weinig binnen.

Bekijk oefeningen voor uw rug.

Zijn de klachten na zes weken niet minder? Dan kunt u doorgaan met pijnstillers en oefeningen. U kunt daarbij begeleiding vragen van een fysiotherapeut of oefentherapeut. Meestal verdwijnen de klachten dan alsnog binnen vijf maanden.

U kunt ook nadenken over een operatie. Uw huisarts zal u dan doorverwijzen naar een neurochirurg. De neurochirurg bekijkt of een operatie zin heeft. Hij bespreekt de voordelen en nadelen van wel of niet opereren. Dan maakt u samen met hem de keuze.

Een neurochirurg voert de operatie uit. Dit is een chirurg die zich heeft gespecialiseerd in aandoeningen van het zenuwstelsel.

Tijdens de operatie ligt u op uw buik. U krijgt narcose of een ruggenprik. De chirurg maakt een snee in de onderrug. Daarna snijdt hij het uitpuilende stukje weg. Er bestaan ook andere operatietechnieken. De chirurg kan bijvoorbeeld een kijkoperatie of laserbehandeling doen. Deze behandelingen zijn niet altijd mogelijk.

U mag de eerste 6 tot 8 weken na de operatie niet tillen. Verder kunt u de meeste dagelijkse dingen weer doen. Vraag hulp van een fysiotherapeut als u moeite hebt om weer te gaan bewegen. Een operatie vermindert meestal alleen de pijn in het been, niet de rugpijn. De meeste mensen hebben binnen 2 tot 4 weken veel minder pijn in het been. Maar dit kan ook 8 weken duren. Ongeveer 6 tot 8 weken na de operatie hebt u een controleafspraak bij de chirurg.  U moet er rekening mee houden dat een operatie niet altijd helpt. Het kan zijn dat u toch klachten houdt.

Lees meer over fysiotherapie na een hernia-operatie.

Verberg
  • Blijf niet in bed liggen met een hernia. Dat helpt niet. De klachten houden dan juist langer aan. U mag pijnlijke houdingen en bewegingen wel vermijden. Maar blijf zoveel mogelijk uw dagelijkse dingen doen.
  • Zorg ervoor dat u genoeg blijft bewegen. Dat houdt de spieren in uw rug sterk. En sterke spieren ondersteunen de wervelkolom.
  • Blijf ook bewegen nadat u genezen bent. Zo kunt u voorkomen dat u opnieuw een hernia krijgt. Ook na een operatie is dit belangrijk.
Verberg

Zoek een zorgverlener met de Vergelijkingshulp hernia en stenose

De Nederlandse Vereniging van Rugpatiënten 'de Wervelkolom' (NVVR) heeft samen met Patiëntenfederatie Nederland een keuzehulp voor hernia en stenose ontwikkeld. Kijk welke zorginstelling het beste bij uw wensen past. Dit advies kunt u met uw arts bespreken.

Ga naar de Vergelijkingshulp hernia en stenose

Consultkaart lagerug hernia

Langer dan 6 weken last van beenpijn door een lage rughernia? De consultkaart toont de verschillen tussen wel of niet opereren. U kunt deze informatie met uw arts bespreken en samen beslissen welke behandeling het beste bij u past.

Ga naar de Consultkaart lagerug hernia

Behandelkeuzehulp Hernia

Wel of niet afwachten met opereren? De Behandelkeuzehulp Hernia helpt u bij het kiezen van de juiste behandeling. Uw arts kan adviseren, extra informatie geven en uw vragen beantwoorden. Samen beslist u welke behandeling het wordt.

Ga naar de Behandelkeuzehulp Hernia: afwachten of een operatie?

Bekijk ook de audiovisuele behandelkeuzehulp op YouTube (dit filmpje heeft geen ondertiteling voor slechthorenden).

Zoek en vergelijk zorginstellingen

Bekijk kwaliteit en kies welke zorginstelling het beste bij u past

Zoek contact met lotgenoten

Bronnen: NOV, NVN en NVvN

Deze pagina is voor het laatst gewijzigd op 09 april 2018.

Deel deze pagina via: