Direct naar inhoud
www.kiesBeter.nl gebruikt analytische cookies om het gebruik van de website te analyseren en daarmee de website te kunnen verbeteren. Lees meer over cookies en hoe u cookies kunt uitschakelen. Sluiten

Longproblemen na een operatie

Belangrijke thema's bij Longproblemen na een operatie:

Ook wel: postoperatieve pulmonale complicaties

Na een operatie kunnen longproblemen ontstaan, zoals benauwdheid of een longontsteking. Dit komt doordat mensen die onder narcose zijn, minder diep ademhalen. Er blijft dan meer slijm in de longen achter. Dit kan tot problemen leiden. Vooral als u lang in bed moet blijven of als u door pijn niet goed durft door te ademen.

Het risico op complicaties is groter bij mensen die al een longaandoening hebben, zoals astma of COPD. En bij mensen met hartproblemen of een spierziekte. Verder geldt: hoe ouder u bent, hoe groter de kans op complicaties. Mensen met een slechte weerstand zijn extra vatbaar voor complicaties.

Behoort u tot een risicogroep? Dan neemt uw arts extra voorzorgsmaatregelen. Zo kan hij longproblemen voorkomen of verminderen.

Verberg

Mogelijke gevolgen of complicaties zijn:

  • Niet goed ophoesten van slijm.
  • Zich verslikken.
  • Longontsteking.
  • Niet goed ontplooien van de longblaasjes. U krijgt daardoor minder zuurstof in uw bloed. Daar kunt u duizelig of benauwd van worden.
  • Vernauwing van de luchtwegen, met benauwdheid als gevolg.

Drie tot vijf procent van de mensen die geopereerd worden krijgen longproblemen. In Nederland gaat het dan om zo’n 45.000 patiënten per jaar. Het risico op longproblemen is niet bij alle operaties even groot. Risicovolle operaties zijn bijvoorbeeld:

  • Buikoperaties
  • Hartoperaties
  • Operaties die lang duren (meer dan 2,5 uur)
Verberg

Als u een verhoogd risico hebt op longproblemen, zal de arts een aantal voorzorgsmaatregelen nemen:

Voor de operatie

  • De art zal uw algemene lichamelijke conditie proberen vast te stellen. De arts onderzoekt hoe ernstig uw longproblemen zijn. Zo krijgt hij een goed beeld van uw situatie.
  • Soms is het nodig de operatie uit te stellen. Uw conditie moet dan eerst beter worden.
  • Als u rookt, moet u stoppen.
  • Als u longmedicijnen gebruikt, moet u hier misschien extra van nemen.
  • De arts kan soms keuzes maken op het gebied van verdoving, operatietechniek en pijnstilling. Hierbij kiest hij voor het veiligste alternatief.

Na de operatie

  • U wordt extra in de gaten gehouden. Misschien komt u op een speciale afdeling.
  • U krijgt het advies om snel weer uit bed te komen (te mobiliseren).
  • Hartpatiënten krijgen extra fysiotherapie.
Verberg
  • Stop met roken. Doe dit ruim van tevoren, liefst meer dan acht weken voor de operatie.
  • Eet gezond. Uw lichaam krijgt dan voldoende voedingsstoffen binnen en uw weerstand neemt toe. Een diëtiste kan u hierbij helpen.
  • Werk aan uw conditie. Hoe fitter u voor de operatie bent, hoe sneller u herstelt. Een fysiotherapeut kan u hierbij helpen.
  • Let na de operatie op uw ademhaling. Probeer te ademen via de buik. Haal af en toe diep adem en houd de adem dan even vast.
  • Kunt u na de operatie niet uit bed komen? Wissel dan regelmatig van houding.
Verberg

Lees ook op KiesBeter over

Meer weten over longproblemen na een operatie?

Bron: Patiëntenversie van de medische richtlijn Perioperatieve pulmonale complicaties (2012)

Deze pagina is voor het laatst gewijzigd op 23 november 2016.

Deel deze pagina via: