Direct naar inhoud
www.kiesBeter.nl gebruikt analytische cookies om het gebruik van de website te analyseren en daarmee de website te kunnen verbeteren. Lees meer over cookies en hoe u cookies kunt uitschakelen. Sluiten

Nierstenen

Belangrijke thema's bij Nierstenen:

Ook wel: urinestenen, calculi

Het lichaam voert afvalstoffen af via de urine. Soms lossen afvalstoffen daar niet goed in op. De afvalstoffen kunnen dan samenklonteren in de nieren of in de urineleiders. De steentjes die daardoor ontstaan zijn nierstenen.

Sommige zijn zo klein als een zandkorrel, andere zo groot als een kastanje. Heel soms zijn ze nog groter.

Verberg

Nierstenen hoeven geen klachten te veroorzaken. Veel mensen hebben nierstenen zonder dat ze het weten. Kleine steentjes kunt u ongemerkt uitplassen.

Er ontstaan pas problemen als een niersteen ergens blijft steken. U kunt dan last krijgen van:

  • Hevige pijn. De pijn zit vooral in de zij en de onderrug, soms ook in de lies en de onderbuik.
  • Misselijkheid en overgeven.
  • Zweten en veel plassen.
  • Bloed bij de urine.
  • Een opgezwollen buik.
  • Koorts.
  • Een onrustig gevoel.

De steen zit soms zo in de weg dat de urine er niet goed langs kan stromen. Daardoor hoopt de urine zich op. Er kan gemakkelijk een ontsteking ontstaan. En na verloop van tijd kan de nier of urineleider beschadigd raken.

Verberg

Het is niet helemaal duidelijk waarom sommige mensen nierstenen krijgen en andere niet. Mogelijk is er een erfelijke aanleg. In bepaalde families komen nierstenen vaker voor. Ook is er waarschijnlijk een verband met leefgewoonten en voeding. Nierstenen komen namelijk vooral voor in de westerse wereld.

Risicofactoren

Het is wel bekend wat de risicofactoren zijn. Het risico op nierstenen neemt bijvoorbeeld toe door:

  • Weinig drinken.
  • Veel zout eten.
  • Veel vlees eten.
  • Veel zweten.
  • Een urineweginfectie, bijvoorbeeld blaasontsteking.
Verberg

De huisarts luistert naar uw verhaal. Op basis van uw klachten kan hij de diagnose stellen.

Uw huisarts zal u vragen om het steentje op te vangen als u het uitplast. Dit kunt u doen door in een zeef, panty of koffiefilter te plassen. Of door uw urine op te vangen in een potje en te zeven. U weet dan zeker dat u de steen kwijt bent. Uw arts kan het steentje ook laten onderzoeken. Er zijn namelijk verschillende soorten nierstenen. Soms is het voor de behandeling nodig om te weten uit welke afvalstoffen de steen bestaat.

De huisarts stuurt u door naar het ziekenhuis als het niet lukt om de steen uit te plassen. Of als u steeds opnieuw nierstenen krijgt. U komt dan bij een uroloog. Deze kan een echo, röntgenfoto of CT-scan laten maken. Zo krijgt hij een goed beeld van de niersteen en uw urinewegen. Soms is ook bloedonderzoek of urineonderzoek nodig.

Hebt u een niersteen kunnen opvangen? Dan laat de uroloog die ook onderzoeken.

Behandeling is meestal niet nodig. Vaak lukt het om de steen zelf uit te plassen. Het kan een paar dagen duren voor de steen eruit is. Van de huisarts krijgt u wel medicijnen tegen de pijn. Hij kan ook een medicijn voorschrijven dat het makkelijker maakt om de steen uit te plassen.

Bij ernstige of aanhoudende klachten is een ingreep in het ziekenhuis nodig. De volgende ingrepen worden het meest toegepast:

Bij deze behandeling zorgen schokgolven ervoor dat de steen verbrokkelt. U kunt het gruis gewoon uitplassen. De schokgolven komen uit een speciaal apparaat, de niersteenvergruizer. De arts houdt de vergruizer tegen de huid van uw rug of zij. Soms zit er nog een kussen met water tussen.

De behandeling duurt hooguit een uur. Opname in het ziekenhuis is niet nodig.

Bij een ureteroscopie brengt de arts een dun buisje in de plasbuis en de blaas. Via dit buisje kan de arts met een kijker (scoop) in de urineleider (ureter) kijken. Hij weet dan waar de niersteen zit en kan deze via de buis weghalen. Soms is een steen zo groot dat dit niet in één keer lukt. De arts maakt de steen dan eerst kleiner met een laserstraal.

U krijgt plaatselijke verdoving. Na de ingreep moeten de meeste mensen een nachtje in het ziekenhuis blijven.

Een grote niersteen kan verwijderd worden via de huid (percutaan). De arts prikt door de huid heen de nier aan. In de opening plaatst hij een kijker (scoop). Hij weet dan waar de steen precies zit en kan deze weghalen. Soms is een steen zo groot dat dit niet in één keer lukt. De arts maakt de steen dan eerst kleiner met een laserstraal.

Tijdens de operatie bent u onder narcose.

Verberg

U kunt opnieuw last krijgen van nierstenen. Probeer dit te voorkomen.

  • Drink voldoende: minstens 1,5 liter per dag.
  • Drink niet te veel (ijs)thee en cola. In deze dranken zit veel oxaalzuur. Daardoor ontstaan sneller nierstenen. Ook in spinazie, rabarber en bietjes zit veel oxaalzuur. U kunt deze groenten wel eten, maar doe dit dan niet te vaak.
  • Drink niet te veel koffie en alcohol. Door deze dranken gaat u meer calcium uitplassen. Daardoor ontstaan sneller nierstenen.
  • Eet gezond. Wees matig met zout en eet niet te veel vlees.

Lees hoe u minder zout kunt eten.

Medicijnen

Bij sommige mensen blijven de nierstenen terugkomen. Ook als ze op hun eten en drinken letten. De uroloog kan dan medicijnen voorschrijven. Die zorgen ervoor dat er geen nieuwe nierstenen ontstaan.

Lees meer over medicijnen bij nierstenen.

Verberg

Zoek contact met lotgenoten

Meer weten over nierstenen?

Bron: Brochure Nierstenen

Deze pagina is voor het laatst gewijzigd op 24 augustus 2018.

Deel deze pagina via: