Direct naar inhoud
www.kiesBeter.nl gebruikt analytische cookies om het gebruik van de website te analyseren en daarmee de website te kunnen verbeteren. Lees meer over cookies en hoe u cookies kunt uitschakelen. Sluiten

ODD en CD

Belangrijke thema's bij ODD en CD:

Ook wel: oppositionele-opstandige stoornis, normoverschrijdend-gedragsstoornis

ODD en CD zijn gedragsstoornissen.

  • ODD is de afkorting voor de Engelse term oppositonal defiant disorder. In het Nederlands heet dit oppositionele-opstandige stoornis.
  • CD is de afkorting voor de Engelse term conduct disorder. In het Nederlands heet dit  gedragsstoornis.

CD is de zwaardere vorm van ODD. Het heet ook wel norm-overschrijdende of antisociale gedragsstoornis.

Kinderen met ODD zijn boos, opstandig en lastig. Thuis en op school hebben ze problemen. Ook hebben ze vaak ruzie met vriendjes. Bij CD zijn de problemen nog erger. De kinderen zijn agressief en doen dingen die niet mogen. Zoals stelen, liegen en dingen vernielen.

Verberg

ODD

Kinderen met ODD vertonen opstandig gedrag. Ze:

  • Zijn ongehoorzaam.
  • Houden zich niet aan de regels.
  • Zijn snel boos.
  • Hebben vaak ruzie.

CD

Kinderen met CD vertonen asociaal gedrag. Ze:

  • Zijn agressief.
  • Pesten of bedreigen anderen.
  • Begaan overtredingen. Bijvoorbeeld: stelen, bedriegen, brandstichten en vernielen.
  • Kunnen zich vaak niet goed inleven in anderen.

ODD kan vanaf het 4e jaar voorkomen. CD begint later. Soms gaat ODD over in CD. Kinderen met ODD of CD hebben vaak ook een andere stoornis. Bijvoorbeeld ADHD, depressie of een angststoornis.

Verberg

Er is niet één duidelijke oorzaak. Een kind kan aanleg hebben voor een gedragsstoornis. Sommige kinderen lopen een extra groot risico. Bijvoorbeeld kinderen die erg druk en beweeglijk zijn of een lage intelligentie hebben.

Maar niet ieder kind met aanleg voor een gedragsstoornis krijgt ODD of CD. De opvoeding is ook belangrijk. De kans op problemen neemt toe als de ouders geen duidelijke regels stellen of weinig betrokken zijn. Later kunnen ‘foute’ vrienden invloed hebben. Het gaat dus om een combinatie van aanleg en omgeving.

Verberg

Een kinderpsychiater stelt de diagnose. Hij praat eerst met de ouders. Tijdens het gesprek stelt hij veel vragen. Op die manier probeert hij een zo goed mogelijk beeld te krijgen van het kind en het gezin waarin het opgroeit. Daarna praat de psychiater met het kind. Hij kijkt ook naar het gedrag. Soms is nog aanvullend onderzoek nodig. De psychiater kan bijvoorbeeld een intelligentietest laten doen. Of hij gaat praten met de school.

Bij het stellen van de diagnose gebruikt de kinderpsychiater de DSM (Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders). In dit boek staan beschrijvingen van psychische stoornissen. Het wordt om de paar jaar herzien. In 2013 verscheen de 5e editie, dus DSM-V.

U krijgt eerst uitleg over de stoornis. Als u begrijpt wat er aan de hand is, kunt u er beter mee omgaan. Dit heet psycho-educatie. Daarnaast zijn de volgende behandelingen mogelijk:

Tijdens de training krijgt u uitleg over de stoornis en de invloed op het gedrag van uw kind. U begrijpt dan beter waarom het fout gaat. Ook leert u hoe u hiermee om kunt gaan. Daardoor nemen de problemen af.

Oudertraining wordt meestal gegeven door een psycholoog of orthopedagoog (opvoedkundige). Er zijn groepstrainingen, maar ook individuele trainingen. Soms kunt u een deel via internet doen. Ook is het mogelijk dat u thuis begeleiding krijgt. De trainer past het programma aan uw persoonlijke situatie aan. Samen oefent u moeilijke situaties. Met oudertraining kunt u het beste beginnen voor uw kind 12 jaar is. Daarna is gezinstherapie meer geschikt.

Er zijn ook trainingen voor de juf of meester van uw kind. Na de training kan de leerkracht uw kind beter begeleiden in de klas.

Kinderen met een gedragsstoornis kunnen baat hebben bij therapie. Tijdens de therapie leren ze anders omgaan met situaties. Zo ontdekken de kinderen dat ze er zelf voor kunnen zorgen dat ze minder problemen hebben. Deze vorm van therapie heet cognitieve gedragstherapie. Het is geschikt voor kinderen vanaf 8 jaar.

Soms is het beter om met het hele gezin in therapie te gaan. Dit heet gezinstherapie. De leden van het gezin leren op een andere manier met elkaar om te gaan. Daardoor verbetert de sfeer.

Soms zijn medicijnen een onderdeel van de behandeling. Bijvoorbeeld als uw kind nog een andere stoornis heeft, zoals ADHD. Of als de gedragsproblemen heel ernstig zijn.

Verberg
  • Veel ouders schamen zich zo, dat ze geen hulp zoeken. Dat is jammer, want u kunt goede begeleiding krijgen. Daarmee kunt u voorkomen dat de zaak nog verder uit de hand loopt. Hoe eerder u hulp krijgt, hoe beter. Bespreek uw problemen dus met de huisarts, een leerkracht of iemand van jeugdzorg.
  • Zoek informatie over de gedragsstoornis. Hoe beter u begrijpt wat er aan de hand is, hoe beter u ermee om kunt gaan.
  • Zoek contact met lotgenoten: mensen in dezelfde situatie. Zij begrijpen wat u doormaakt. Lotgenoten kunt u ontmoeten via Oudervereniging Balans.
Verberg

Kiezen in de GGZ

Keuzewebsite GGZKiezen in de GGZ is dé keuzewebsite voor volwassenen (18 jaar of ouder) die hulp zoeken bij psychische problemen. U vindt er behandelaars, informatie over klachten en aandoeningen, mogelijke behandelingen, wachttijden, vergoedingen en ervaringen van andere cliënten. De site is ontwikkeld door MIND Landelijk Platform Psychische Gezondheid, samen met cliënten, professionals en zorgverzekeraars. Geef aan wat u belangrijk vindt en zoek de zorgverlener die bij u past.

Ga naar Kiezen in de GGZ.

Zoek en vergelijk zorginstellingen

Bekijk kwaliteit en kies welke zorginstelling het beste bij u past

Zoek contact met lotgenoten

Meer weten over gedragsstoornissen?

Bronnen: Kenniscentrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie en Nederlands Jeugdinstituut

Deze pagina is voor het laatst gewijzigd op 29 november 2018.

Deel deze pagina via: