Direct naar inhoud
www.kiesBeter.nl gebruikt analytische cookies om het gebruik van de website te analyseren en daarmee de website te kunnen verbeteren. Lees meer over cookies en hoe u cookies kunt uitschakelen. Sluiten

Schisis

Belangrijke thema's bij Schisis:

Schisis is een aangeboren afwijking. Er zit een spleet in de lip, het gehemelte of de kaak. Schisis is het Griekse woord voor spleet. Veel mensen kennen de lipspleet als ‘hazenlip’.

In Nederland heeft een tot twee op de duizend baby’s schisis.

Verberg

Een lipspleet is meteen na de geboorte zichtbaar. De bovenlip bestaat uit twee delen die niet op elkaar aansluiten. De spleet zit onder de neus, aan de linker- of rechterkant (enkelzijdige spleet) of aan beide kanten (dubbelzijdige spleet). Soms loopt de spleet door tot aan de neus (volledig lipspleet).

Een kaakspleet komt alleen voor in combinatie met een spleet in de lip en/of het gehemelte. Een kaakspleet en een gehemeltespleet zijn van buiten niet altijd te zien.

Schisis kan problemen geven bij de (borst)voeding en de spraak. Soms ontwikkelen de kaak en het gebit zich niet goed. Sommige kinderen horen slecht. Bij een gehemeltespleet zijn de klachten vaak ernstiger. Later kunnen sociale en emotionele problemen ontstaan. Bijvoorbeeld omdat een kind zich onzeker voelt over zijn uiterlijk.

Verberg

In het begin van de zwangerschap bestaat de bovenkaak nog uit drie losse delen. In de zesde tot de twaalfde week van de zwangerschap groeien de losse kaakdelen aan elkaar vast. Schisis ontstaat als dit onvoldoende gebeurt.

De oorzaak blijft meestal onduidelijk. Soms gaat er iets mis in de zwangerschap. Bijvoorbeeld omdat de moeder medicijnen gebruikt of een ziekte heeft. Erfelijke aanleg kan ook een rol spelen. In sommige families komt schisis vaker voor. Vaak gaat het om een combinatie van oorzaken.

Soms is schisis een onderdeel van een syndroom. Het kind heeft dan ook andere klachten.

Lees meer over erfelijkheid.

Verberg

Meestal is tijdens de zwangerschap al duidelijk dat het kind schisis heeft. Dit is te zien op de 20-wekenecho. U wordt dan doorverwezen naar een centrum voor prenatale diagnostiek. Ter controle krijgt u opnieuw een echo en waarschijnlijk ook een 3D-echo.

Soms zijn nog andere onderzoeken nodig. De arts gaat dan na of de schisis geen onderdeel is van een syndroom, waarbij er meerdere klachten zijn. Binnen twee weken na de geboorte volgt een lichamelijk onderzoek.

Op basis van het prenatale onderzoek probeert de arts in te schatten hoe ernstig de schisis is en wat de kwaliteit van leven van uw kind zal zijn. Hij kan dit nooit helemaal met zekerheid zeggen.

Lees meer over de 20-weken echo.

Soms wordt een schisis pas na de geboorte ontdekt. Een lipspleet is direct te zien. De verloskundige of gynaecoloog controleert het mondje van de baby en gaat na of het gehemelte gesloten is. Maar een gehemeltespleet is niet altijd van buiten te zien. Dat geldt ook voor een kaakspleet. Het kan dan langer duren voor u de diagnose krijgt.

Verberg

Als eenmaal duidelijk is dat uw (ongeboren) kind schisis heeft, krijgt u begeleiding van een schisisteam. Hierin zitten verschillende artsen, zoals een plastisch chirurg, kinderarts, kaakchirurg en een kno-arts. Ook een logopedist en een psycholoog maken deel uit van het team.

Vaak is er in het eerste jaar al een operatie om de spleet te dichten. Verder biedt het schisisteam onder meer hulp bij spraakproblemen, gebitsproblemen en psychische problemen. De behandeling verschilt per kind, omdat ieder kind zich op zijn eigen manier ontwikkelt. De behandeling gaat door tot het kind volwassen is.

Het schisisteam geeft de ouders al voor de bevalling informatie over praktische zaken, bijvoorbeeld over de voeding. Zo bent u beter voorbereid op de situatie.

Verberg

Voor ouders kan het erg moeilijk zijn dat hun kind ‘anders’ is. Misschien maakt u zich zorgen over hoe het allemaal moet in de toekomst. Het schisisteam zal u zoveel mogelijk bijstaan bij de verwerking, ook al vóór de geboorte. Zelf kunt u contact zoeken met lotgenoten. Het kan prettig zijn om ervaringen uit te wisselen met andere ouders. Deze kunt u onder meer ontmoeten bij de patiëntenorganisatie BOSK.

Mogelijk vraagt u zich af of een volgend kind ook schisis zal krijgen. Om antwoord op deze vraag te krijgen kunt u een erfelijkheidsonderzoek laten doen. Ook wordt aangeraden om minstens vier weken voor een mogelijke bevruchting foliumzuur te gaan slikken. Ga hiermee door tot de tiende week van de zwangerschap.

Verberg

Zoek contact met lotgenoten

Meer weten over schisis?

Bron: NVSCA

Deze pagina is voor het laatst gewijzigd op 21 augustus 2018.

Deel deze pagina via: