Direct naar inhoud
www.kiesBeter.nl gebruikt analytische cookies om het gebruik van de website te analyseren en daarmee de website te kunnen verbeteren. Lees meer over cookies en hoe u cookies kunt uitschakelen. Sluiten

Urineverlies bij volwassenen

Belangrijke thema's bij Urineverlies bij volwassenen:

Ook wel: urine-incontinentie

Veel mensen krijgen te maken met ongewild urineverlies. Ze kunnen hun plas niet goed ophouden. Urineverlies komt vooral voor bij vrouwen. Ongeveer de helft van de vrouwen heeft er tijdens haar leven last van. Voor korte of langere tijd. Meestal tijdens of na een zwangerschap. Of op latere leeftijd.

Ook mannen hebben soms ongewild urineverlies. Ongeveer een op de tien mannen is incontinent.

Er zijn verschillende soorten urineverlies:

Bij stress-incontinentie (ook wel: inspannings-incontinentie) kunt u wat urine verliezen als de druk (stress) op de blaas plotseling toeneemt. Dat gebeurt onder meer bij hoesten, niezen, lachen, rennen en springen. Meestal gaat het om een paar druppels of een scheutje urine.

Bij drang-incontinentie (ook wel: aandrang-incontinentie of urge-incontinentie) knijpt de blaas zich ineens samen. Daardoor moet u plotseling heel nodig plassen. De aandrang is zo sterk dat u uw plas niet kunt ophouden. U verliest dan een flinke scheut urine of zelfs een hele plas.

Stress-incontinentie en drang-incontinentie komen soms naast elkaar voor. Dit heet gemengde incontinentie.

Verberg

Bij stress-incontinentie hebt u niet het gevoel dat u moet plassen. Toch verliest u bij inspanning ineens een beetje urine. Bijvoorbeeld als u lacht, hoest, sport of plotseling opstaat.

Bij drang-incontinentie krijgt u plotseling een sterke aandrang om te plassen. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren als u water hoort stromen of van houding verandert. Vaak is de aandrang zo sterk dat u het toilet niet meer haalt. Ook moet u vaak plassen: tien keer per dag of meer.

Verberg

De oorzaak van stress-incontinentie ligt meestal in de bekkenbodem. Dit is de onderkant van het bekken. De bekkenbodem bestaat uit spieren en bindweefsel. De spieren helpen bij het ophouden van uw plas. Soms worden de spieren slapper. Dit kan gebeuren als er veel druk op komt te staan. Bijvoorbeeld tijdens een zwangerschap of bevalling. Of bij overgewicht of veel hoesten. Maar de spieren kunnen ook verzwakken omdat u ouder wordt. De uitgerekte spieren zijn niet sterk genoeg meer om de urine tegen te houden.

Er bestaan ook andere oorzaken. Bijvoorbeeld een verzakking van de baarmoeder. Bij mannen treedt stress-incontinentie vaak op na een operatie aan de prostaat.

 

Bij drang-incontinentie is de blaas overactief. De spieren in de blaas trekken te snel samen. Dat kan onder meer het gevolg zijn van een blaasontsteking. Maar meestal blijft de oorzaak onduidelijk.

Verberg

De huisarts onderzoekt eerst welke vorm van urineverlies u hebt. Daarom stelt hij u veel vragen over uw situatie. Hij kan u ook vragen om een dagboekje bij te houden. Daardoor krijgt hij een beter beeld van de klachten.

Bekijk het plasdagboek.

Daarna gaat de huisarts op zoek naar de oorzaak. Hij doet lichamelijk onderzoek. Bij vrouwen brengt hij een of twee vingers in de vagina en vraagt hij om de bekkenbodemspieren aan te spannen en weer te ontspannen. Zo kan hij voelen of u een goede controle over de spieren hebt. Ook voelt hij of de baarmoeder verzakt is. Bij mannen gaat de huisarts na of de prostaat vergroot is.

Bij aandrang-incontinentie is ook urine-onderzoek nodig. Zo kan de arts nagaan of u een blaasontsteking hebt. Een ontsteking kan de blaas zo prikkelen dat u daardoor urine verliest.

Soms verwijst de huisarts door naar het ziekenhuis. Bijvoorbeeld als de oorzaak onduidelijk is of als de klachten niet verdwijnen. U komt dan bij een uroloog of gynaecoloog.

In het ziekenhuis doet u een plastest om de kracht van de urinestraal te meten. Na de plastest maakt de arts een echo. Hij kan dan zien hoeveel urine er nog in de blaas zit. Daarna volgt soms nog een onderzoek naar de werking van de blaas. Dit heet urodynamisch onderzoek.

Lees meer over urodynamisch onderzoek.

Verberg

Samen met uw arts bepaalt u wat de beste aanpak is. Bij gemengde incontinentie richt u zich eerst op de vorm van urineverlies waar u het meest last van hebt.

Vaak kunt u zelf iets aan de klachten doen. Oefeningen geven meestal een goed resultaat. In de tussenliggende periode kunt u incontinentie-materiaal (opvangmateriaal) gebruiken. Bij ernstige of aanhoudende klachten verwijst de huisarts u naar een uroloog of gynaecoloog.

Uw arts gaat ook na of u een andere ziekte hebt die het urineverlies veroorzaakt of verergert. Zo ja, dan pakt de arts eerst die ziekte aan. Ook medicijnen kunnen een rol spelen. Uw arts kan de medicijnen dan aanpassen.

De behandeling kan bestaan uit:

Met oefeningen krijgt u meer controle over de spieren.

  • Bij stress-incontinentie doet u oefeningen voor de bekkenbodem. Deze maken de spieren sterker.
  • Bij drang-incontinentie krijgt u blaastraining. U leert het plassen uit te stellen. Door de training kunt u uw plas steeds beter ophouden.

De oefeningen doet u dagelijks. Na een week of zes nemen de klachten af. Ook daarna moet u regelmatig blijven oefenen. Bij het oefenen krijgt u begeleiding van de huisarts of een bekkenfysiotherapeut. Dit is een gespecialiseerde fysiotherapeut.

Lees meer over bekkenbodemoefeningen.
Lees meer over blaastraining.
Lees meer over de bekkenfysiotherapeut.

 

Met incontinentieverband vangt u de gelekte urine op. Het materiaal houdt ook geurtjes tegen. Het verband is er in vele soorten en maten. Uw apotheker kan u helpen bij uw keuze.

Lees meer over opvangmateriaal.

Bij stress-incontinentie kunt u tijdens het sporten (of andere risico-situaties) een grote tampon gebruiken. Vanuit de vagina ondersteunt de tampon de blaas. U verliest dan minder snel urine. Er zijn speciale tampons voor stress-incontinentie. Maar u kunt ook een gewone tampon gebruiken. Maak deze eerst nat, zodat hij opzwelt.

 

Bij stress-incontinentie kunt u een pessarium gebruiken. Dit is een kunststof ring die u in de vagina draagt. Deze ondersteunt de sluitspier van de blaas. Het pessarium is vooral geschikt voor vrouwen met een verzakte baarmoeder. U kunt het pessarium zelf inbrengen en weer verwijderen.

Lees meer over het pessarium.

Bij drang-incontinentie kunnen medicijnen helpen. Deze remmen het samentrekken van de blaas. Daardoor krijgt u minder snel aandrang om te plassen. Bij stress-incontinentie heeft een behandeling met medicijnen meestal geen zin. Oestrogeencrème helpt soms wel.

Lees meer over de medicijnen bij urineverlies.
Lees meer over oestrogeencrème.

 

Helpen andere behandelingen niet? Dan kan een operatie of een andere medische ingreep een oplossing zijn. Er zijn verschillende ingrepen mogelijk. Bijvoorbeeld:

  • TVT-bandje
    Vrouwen met stress-incontinentie laten meestal een kunststof TVT-bandje onder de plasbuis aanbrengen. TVT staat voor: tension-free vaginal tape. Het bandje ondersteunt de plasbuis. Daardoor stroomt urine minder makkelijk uit de blaas. Het aanbrengen kan via een kijkoperatie.

    Lees meer over de TVT-operatie bij stress-incontinentie.
     
  • Botox-injectie
    Vrouwen met drang-incontinentie krijgen soms een injectie met botox. Dit gebeurt tijdens een kijkoperatie. Door de botox verslappen de spieren in de blaas.
  • Sacrale neuromodulatie
    Een andere oplossing is het elektrisch stimuleren van een zenuw in de rug (sacrale neuromodulatie). Ook daardoor trekt de blaas minder vaak samen.

 

 

De behandeling kan bestaan uit:

Met oefeningen krijgt u meer controle over de spieren.

  • Bij stress-incontinentie doet u oefeningen voor de bekkenbodem. Deze maken de spieren sterker.
  • Bij drang-incontinentie krijgt u blaastraining. U leert het plassen uit te stellen. Door de training kunt u uw plas steeds beter ophouden.

De oefeningen doet u dagelijks. Na een week of zes nemen de klachten af. Ook daarna moet u regelmatig blijven oefenen. Bij het oefenen krijgt u begeleiding van de huisarts of een bekkenfysiotherapeut. Dit is een gespecialiseerde fysiotherapeut.

Bij mannen ontstaat soms stress-incontinentie na een operatie aan de prostaat. Daarom krijgt u in veel ziekenhuizen al voor de operatie begeleiding van een fysiotherapeut.

Lees meer over bekkenfysiotherapie.
Lees meer over blaastraining.

 

Met incontinentieverband vangt u de gelekte urine op. Het materiaal houdt ook geurtjes tegen. Het verband is er in vele soorten en maten. Uw apotheker kan u helpen bij uw keuze.

Lees meer over opvangmateriaal.

Bij drang-incontinentie kunnen medicijnen helpen. Deze remmen het samentrekken van de blaas. Daardoor krijgt u minder snel aandrang om te plassen. Bij stress-incontinentie heeft een behandeling met medicijnen meestal geen zin.

Lees meer over de medicijnen bij urineverlies.

 

Helpen andere behandelingen niet? Dan kan een operatie of een andere medische ingreep een oplossing zijn. Er zijn verschillende ingrepen mogelijk. Bijvoorbeeld:

  • Male sling
    Mannen met stress-incontinentie kunnen een kunststof bandje laten aanbrengen onder de plasbuis. Dit heet de male sling. Het bandje ondersteunt de plasbuis. Daardoor stroomt er minder makkelijk urine uit de blaas.
  • Ballonnen
    Een andere oplossing bij stress-incontinentie is het plaatsen van ballonnetjes in de buurt van de blaas. De chirurg plaatst de twee ballonnetjes naast de plasbuis. Meestal op de plek waar de prostaat heeft gezeten. De ballonnetjes drukken de plasbuis een beetje dicht. Daardoor kan er niet zomaar urine uitstromen.
  • Botox-injectie
    Mannen met drang-incontinentie krijgen soms een injectie met botox. Dit gebeurt tijdens een kijkoperatie. Door de botox verslappen de spieren in de blaas.
  • Sacrale neuromodulatie
    Een andere oplossing is het elektrisch stimuleren van een zenuw in de rug (sacrale neuromodulatie). Ook daardoor trekt de blaas minder vaak samen.

 

Verberg
  • Veel mensen schamen zich zo voor hun klachten dat ze geen hulp zoeken. Dat is jammer, want incontinentie is goed te behandelen. Praat dus met de huisarts over uw klachten!
  • Gebruik geen inlegkruisjes of maandverband om de urine op te vangen. Deze nemen het vocht niet goed op. Daardoor kan uw huid beschadigen.
  • Ga niet minder drinken. Uw lichaam heeft voldoende vocht nodig (1,5 liter per dag).
  • Als u te zwaar bent, kan het helpen om af te vallen.
  • Sommige medicijnen kunnen incontinentie veroorzaken of verergeren. Vraag uw huisarts of dit ook geldt voor de medicijnen die u gebruikt.
  • Drankjes met cafeïne (koffie, cola, energiedrankjes) geven soms meer aandrang. Misschien helpt het om deze niet meer te drinken.
Verberg

Zoek en vergelijk zorginstellingen

Bekijk kwaliteit en kies welke zorginstelling het beste bij u past

Meer weten over urineverlies?

Bron: Thuisarts.nl en Alles Over Urologie

Deze pagina is voor het laatst gewijzigd op 23 augustus 2018.

Deel deze pagina via: