Direct naar inhoud
www.kiesBeter.nl gebruikt analytische cookies om het gebruik van de website te analyseren en daarmee de website te kunnen verbeteren. Lees meer over cookies en hoe u cookies kunt uitschakelen. Sluiten

Verstopping bij kinderen

Belangrijke thema's bij Verstopping bij kinderen:

Ook wel: obstipatie bij kinderen

Bij verstopping lukt het niet goed om te poepen. Kinderen met verstopping poepen maar af en toe. Twee keer per week of minder. Daarbij hebben ze klachten als buikpijn, weinig eetlust en harde ontlasting. Dat laatste maakt het poepen nog lastiger.

Verberg

Er blijft veel ontlasting in de darm zitten. Die wordt hard en droog. Door de harde ontlasting kan het poepen pijn doen. Er kunnen zelfs wondjes aan de anus ontstaan. Uit angst voor de pijn stellen veel kinderen het poepen uit. Maar daardoor wordt de poep nog droger en harder. En gaat het poepen nog meer pijn doen.

Daarnaast komen nog andere klachten voor:

  • Buikpijn.
  • Weinig eetlust.
  • Poepvlekken in het ondergoed. Langs de harde poep in de darm lekt wat dunne poep naar buiten.
  • Broekpoepen. Soms lukt het niet meer om de poep op te houden. Dan gaat het zo snel, dat het kind het toilet niet meer haalt.
  • In de broek plassen. Door de verstopping kan een kind zijn plas niet goed ophouden.

Verstopping kan een naar gevoel geven. Veel kinderen schamen zich voor hun problemen. Vaak durven ze alleen maar thuis naar het toilet te gaan, en niet ergens anders.

Verberg

Verstopping komt vaak door:

  • Weinig drinken.
  • Voeding met weinig vezels.
  • Weinig beweging.
  • Spanning en stress.
  • Het ophouden van de poep. Sommige kinderen negeren de aandrang om te poepen. Bijvoorbeeld omdat ze zo lekker aan het spelen zijn. Of omdat ze bang zijn dat het poepen pijn doet.

Baby’s krijgen soms een tijdelijke verstopping als zij van borstvoeding overgaan op flesvoeding. Hun lichaam moet daar dan aan wennen. 

Verberg

De huisarts stelt veel vragen. Zo probeert hij erachter te komen of het echt om verstopping gaat. En wat daarvan de oorzaak is. Soms doet de huisarts ook lichamelijk onderzoek. Hij voelt dan bijvoorbeeld aan de buik. Of hij voelt via de anus of er veel poep in de darm zit. Maar meestal is lichamelijk onderzoek niet nodig.

Heel soms stuurt de huisarts een kind door naar het ziekenhuis. Bijvoorbeeld als de verstopping heel ernstig is. Of als hij denkt dat een andere ziekte een rol speelt. Maar dit komt maar weinig voor.

De huisarts geeft een aantal adviezen. Deze helpen om het poepen makkelijker te maken. Neemt uw kind te weinig tijd om te poepen? Of stelt hij het steeds uit? Dan is een poeptraining geschikt.

Met een poepdagboek kunt u bijhouden wat er gebeurt. Zo ziet u of de adviezen en de training werken. En de huisarts kan ook beter zien wat er aan de hand is.

Verbetert de situatie niet binnen een paar weken? Dan kan de huisarts medicijnen voorschrijven. Ook kan hij een klysma toedienen. Als dat niet helpt, verwijst hij het kind alsnog naar het ziekenhuis. Bijvoorbeeld naar een kinderarts of kinderpsycholoog. Sommige ziekenhuizen hebben een speciale poeppoli.

Poepen gaat makkelijker als de ontlasting zacht en soepel is. Dit wordt het door:

  • Voldoende te drinken. Een kind heeft 1 tot 1,5 liter per dag nodig.
  • Voeding met veel vezels te eten. Bijvoorbeeld: volkorenbrood, groente en fruit.
  • Meer te bewegen. Een kind heeft 1 uur lichaamsbeweging per dag nodig.

Stimuleer uw kind ook om direct naar de wc te gaan als hij moet poepen.

Ook wel: toilettraining

Met poeptraining leert uw kind om regelmatig naar de wc te gaan. Stuur uw kind drie keer per dag naar de wc, direct na de maaltijd. Spreek af dat uw kind daar vijf minuten blijft. Beloon uw kind als het poepen lukt. U kunt bijvoorbeeld een sticker geven.

Let erop dat uw kind goed op de wc zit. Bovenbenen plat op de bril, de voeten plat op de grond of een bankje.

Bekijk een filmpje over poeptraining.

In het poepdagboek kunt u bijhouden hoe vaak uw kind naar de wc gaat en hoe vaak hij poept. U kunt ook andere zaken noteren. Bijvoorbeeld of er poepvegen in de onderbroek zaten.

Ook schrijft u op welke adviezen u toepast. Of hoe de poeptraining verloopt. Zo kunt u zien wat het effect is van deze maatregelen. Als u weer naar de huisarts gaat, kunt u het dagboek meenemen.

Bekijk het poepdagboek.
Lees meer over het poepdagboek.

De (huis)arts kan de volgende medicijnen voorschrijven:

  • Waterbindende laxeermiddelen
    Waterbindende medicijnen zorgen ervoor dat er voldoende vocht in de darmen blijft. Daardoor wordt de ontlasting zachter en komen de darmen weer in beweging.
  • Bulkvormende laxeermiddelen
    Bulkvormers nemen veel vocht op, net als voedingsvezels. Daardoor wordt de ontlasting zachter.
  • Darmprikkelende laxeermiddelen
    Deze medicijnen prikkelen de darmwand. De darm trekt dan samen. Uw kind mag deze middelen maar kort gebruiken. Bij langer gebruik beschadigen ze de darmwand.

De arts spuit via de anus vloeistof in de endeldarm. U kunt dit ook zelf doen. De verpleegkundige leert u dan eerst hoe dat moet. U krijgt hiervoor een flacon met een lange tuitmond. Door de vloeistof wordt de ontlasting zacht en glijdt makkelijk naar buiten. De arts kan ook een zetpil voorschrijven.

Bekijk een filmpje over het zelf toedienen van een klysma.

Verberg
  • Word niet boos. Ook niet als uw kind in zijn broek poept of plast. Dat gaat niet expres.
  • Volg de adviezen van uw huisarts op. En blijf dit doen, ook als de verstopping over is. Zo voorkomt u dat er opnieuw problemen ontstaan. Gezonde voeding, genoeg drinken en beweging zijn altijd belangrijk voor een kind.
  • Geef zelf het goede voorbeeld. Neem de tijd om naar de wc te gaan. Drink voldoende en eet gezonde, vezelrijke voeding. Zorg dat u genoeg lichaamsbeweging krijgt.
Verberg

Meer weten over verstopping bij kinderen?

MLDS en Patiëntenversie richtlijn

Deze pagina is voor het laatst gewijzigd op 25 april 2017.

Deel deze pagina via: