Direct naar inhoud
www.kiesBeter.nl gebruikt analytische cookies om het gebruik van de website te analyseren en daarmee de website te kunnen verbeteren. Lees meer over cookies en hoe u cookies kunt uitschakelen. Sluiten

Voedselallergie

Belangrijke thema's bij Voedselallergie:

U hebt voedselallergie als u ziek wordt van een voedingsmiddel dat anderen gewoon kunnen eten. Dat komt door een reactie van het afweersysteem. Het ziet bepaalde eiwitten in de voeding aan voor een ziekteverwekker, bijvoorbeeld voor een bacterie of een virus.

Er ontstaan vooral allergische reacties op:

  • Koemelk
  • Ei
  • Pinda en noten
  • Vis
  • Schaaldieren, bijvoorbeeld garnalen of krab.

Voedselallergie komt niet zo veel voor. Ongeveer 4 op de 100 Nederlanders hebben het. Er zijn meer jonge kinderen met voedselallergie dan volwassenen. Hun darmen en afweersysteem zijn nog niet helemaal ontwikkeld. Daardoor reageren ze gevoeliger. Allergie voor koemelk komt het meest voor. Later groeien kinderen vaak over de allergie heen.

Voedselallergie is iets anders dan voedselintolerantie. Bij een intolerantie is het afweersysteem niet betrokken. Maar u krijgt wel klachten van een voedingsmiddel. Bijvoorbeeld van melksuiker. Dan hebt u lactose-intolerantie.

Voedselallergie en voedselintolerantie heten samen voedselovergevoeligheid.

Verberg

Door een allergie kunnen allerlei klachten ontstaan. Bijvoorbeeld:

  • Huiduitslag, jeuk, bultjes of eczeem.
  • Misselijkheid, buikpijn, diarree.
  • Jeukende en tranende ogen.
  • Loopneus, niezen, hoesten.
  • Blaasjes of jeuk in de mond.
  • Een opgezwollen gezicht.

De klachten verschillen per persoon. Sommige mensen krijgen heel ernstige klachten, die levensgevaarlijk kunnen zijn. De tong en keel zwellen dan op. Daardoor kan iemand geen adem meer halen. Of de bloeddruk daalt zo sterk dat iemand in shock raakt. Zo’n levensbedreigende allergie heet anafylaxie (anafylactische shock).

Ontdek welke klachten voorkomen bij voedselallergie.

Lees meer over anafylaxie.

Sommige mensen hebben meerdere allergieën tegelijk. Ze zijn bijvoorbeeld allergisch voor noten en hebben ook hooikoorts (pollenallergie). Deze ‘kruisreactie’ is geen toeval. In noten en pollen zitten stoffen die erg op elkaar lijken. Het afweersysteem reageert daarom op allebei.

Bekijk het overzicht van kruisreacties.

Verberg

Bij voedselallergie ontstaan de klachten door een reactie van het afweersysteem. Eigenlijk is het een onnodige reactie. Het afweersysteem reageert alsof de voeding een gevaar vormt, terwijl dat niet zo is. Het is niet duidelijk waarom dit gebeurt. Erfelijkheid kan een rol spelen. In bepaalde families komen allergieën vaker voor.

Het afweersysteem reageert op iets in het voedingsmiddel. Meestal een eiwit. Dit eiwit is het allergeen. Het afweersysteem maakt antistoffen (IgE) tegen het allergeen aan. Door de antistoffen komt de stof histamine vrij. Deze stof veroorzaakt allerlei klachten. Zoals zwelling en jeuk.

Verberg

Waarschijnlijk merkt u zelf als eerste dat uw klachten te maken hebben met uw voeding. Bijvoorbeeld omdat de klachten steeds na de maaltijd ontstaan. Maar de klachten kunnen ook veel andere oorzaken hebben. Daarom vraagt uw huisarts misschien of u eerst een tijdje een dagboek bij wilt houden. Hierin schrijft u op wat u eet en welke klachten u krijgt. En wanneer precies die klachten beginnen. Zo kunt u zien of er echt een verband bestaat tussen uw voeding en de klachten.

Lees meer over het voedingsdagboek.

De huisarts kan u doorsturen naar het ziekenhuis voor verder onderzoek. Dit heet allergologisch onderzoek. Het kan gaan om:

Er wordt een beetje bloed bij u afgenomen. Dit gaat voor onderzoek naar het laboratorium om te kijken of er antistoffen in uw bloed zitten. Als dat zo is, hoeft u nog niet allergisch te zijn. Misschien veroorzaken de antistoffen geen klachten. Deze test geeft dus geen absolute zekerheid.

Ook wel: priktest

Een priktest laat zien of er afweerstoffen in uw huid aanwezig zijn. De arts druppelt wat vloeistof op uw huid. Hierin zitten de allergenen (eiwitten) van het voedingsmiddel waarvoor u misschien allergisch bent. Daarna prikt de arts door de druppel heen in uw huid.

Na een kwartier kan een allergische reactie ontstaan. Er ontstaat dan een rode bult. U bent dan waarschijnlijk allergisch voor dat voedingsmiddel. Maar het is niet zeker.  Misschien veroorzaken de antistoffen verder geen klachten.

Bij deze test laat u het ‘verdachte’ voedingsmiddel eerst 4 tot 6 weken weg. Dit heet eliminatie. Daarna gaat u het weer opnieuw gebruiken. Dat heet provocatie. Als de klachten verdwijnen en weer terugkomen, bent u allergisch voor het voedingsmiddel. Maar soms is het dan nog niet duidelijk op welk eiwit (allergeen) het afweersysteem reageert.

De beste methode om voedselallergie aan te tonen is de dubbelblinde provocatietest. Hiervoor gaat u naar het ziekenhuis. U krijgt op verschillende tijdstippen voeding aangeboden: soms met het ‘verdachte’ voedingsmiddel, soms zonder.

U weet niet of het allergeen (eiwit) in de voeding zit. Uw arts weet dat ook niet. Daarom heet het onderzoek dubbelblind. Deze test geeft de meeste zekerheid.

Er is geen behandeling om de allergie te genezen. Wel kunt u de klachten voorkomen. In de eerste plaats door het voedingsmiddel waar u allergisch voor bent, niet meer te eten. Soms is dat niet zo makkelijk. Pinda bijvoorbeeld zit vaak ‘verborgen’ in andere producten. Het staat dan wel vermeld op het etiket. Bij het Voedingscentrum kunt u een merkartikelenlijst bestellen. Dit is een overzicht van producten waar het allergeen niet in zit.

Een diëtist kan u helpen bij het aanpassen van uw voeding. De diëtist let erop dat u alle voedingsstoffen binnenkrijgt die u nodig hebt.

Lees meer over de hulp van de diëtist.

Medicijnen kunnen de klachten verminderen. Allergiemedicijnen heten antihistaminica. Ze blokkeren de stof histamine. Daardoor hebt u minder last van klachten als jeuk en bulten.

Voor mensen met ernstige allergische reacties (anafylaxie) zijn medicijnen onmisbaar. Zij krijgen het advies altijd een voorgevulde injectiespuit bij zich te dragen. De spuit is gevuld met epinefrine (adrenaline) en heet ook wel noodpen, EpiPen of auto-injector. Bij een allergische reactie gebruikt u de pen. Door de adrenaline verloopt de reactie minder heftig.

Lees meer over de noodpen.

Verberg

In het begin hebt u waarschijnlijk veel vragen. Wat mag ik wel en niet eten? Waar moet ik op letten bij boodschappen doen en koken? Hoe gaat dat tijdens etentjes buiten de deur? En op vakantie? Een dieet kan ingrijpend zijn, zeker als u voor veel producten allergisch bent. Een diëtist helpt u antwoord te vinden op uw vragen.

Daarnaast kan het prettig zijn om contact te hebben met andere mensen met voedselallergie. Zij weten wat u doormaakt. U kunt tips en ervaringen uitwisselen. Lotgenoten kunt u ontmoeten via de patiëntenorganisaties, Stichting Voedselallergie en het Nederlands Anafylaxis Netwerk.

Lees meer over leven met voedselallergie.

Een dieet volgen is voor kinderen vaak lastiger dan voor volwassenen. Zolang kinderen klein zijn, weet u wat ze eten en drinken. Bij oudere kinderen is dit niet meer zo. Uw kind moet dan zelf leren opletten, zeker bij traktaties of schooluitjes. Geef daarom goede uitleg aan uw kind.

Lees meer over voedselallergie bij baby’s en kinderen.

Lees de informatie voor jongeren met voedselallergie.

Verberg

Meer weten over voedselallergie?

Bronnen: NVvA en Stichting Voedselallergie

Deze pagina is voor het laatst gewijzigd op 06 september 2018.

Deel deze pagina via: