Direct naar inhoud
www.kiesBeter.nl gebruikt analytische cookies om het gebruik van de website te analyseren en daarmee de website te kunnen verbeteren. Lees meer over cookies en hoe u cookies kunt uitschakelen. Sluiten

Vruchtbaarheidsproblemen

Belangrijke thema's bij Vruchtbaarheidsproblemen:

Ook wel: verminderde vruchtbaarheid (subfertiliteit), onvruchtbaarheid (infertiliteit)

Zwanger worden gaat niet altijd vanzelf. Bij 1 op de 6 paren is het na een jaar nog niet gelukt. Dit heet verminderde vruchtbaarheid of subfertiliteit. Er is dan geen reden tot paniek. Soms duurt het gewoon wat langer om zwanger te worden.

De huisarts en de gynaecoloog kunnen onderzoeken waarom de zwangerschap uitblijft. Soms is er een duidelijke lichamelijke oorzaak. Maar soms ook niet. Dan is sprake van onverklaarde verminderde vruchtbaarheid.

Vaak lukt het dan nog wel om zwanger te worden met een vruchtbaarheidsbehandeling. Bijvoorbeeld kunstmatige inseminatie of IVF. Maar er zijn ook paren die ongewenst kinderloos blijven.

Verberg

Vrijt u al een jaar zonder voorbehoedsmiddel, maar wordt u niet zwanger? Ga dan samen met uw partner naar de huisarts. Voor vrouwen is het soms verstandig om al eerder naar de huisarts te gaan:

  • Als u niet meer ongesteld wordt.
    Waarschijnlijk hebt u geen eisprong. En dan kunt u ook niet zwanger worden. Ga naar de huisarts als u een half jaar geen menstruatie hebt gehad. Of als u heel onregelmatig ongesteld bent.
  • Als u veel pijn hebt tijdens de menstruatie.
    Dit kan een symptoom zijn van endometriose. Daarbij zitten stukjes baarmoederslijmvlies buiten de baarmoeder. Door deze aandoening is het soms moeilijk om zwanger te worden.
Verberg

De huisarts stelt veel verschillende vragen. Hij wil natuurlijk weten hoe lang u al probeert zwanger te worden. Maar hij vraagt ook naar uw leefstijl en naar andere gezondheidsklachten. En naar uw seksleven. Zo probeert hij een goed beeld van uw situatie te krijgen.

Bij verminderde vruchtbaarheid kunnen allerlei zaken een rol spelen. Stress heeft bijvoorbeeld een negatieve invloed op de vruchtbaarheid. Roken en alcohol zijn slecht voor het sperma en voor de eicel. Soms zijn er problemen met vrijen. Of het gaat mis met de timing: veel mensen weten niet dat de kans op een zwangerschap het grootst is als ze vlak voor de eisprong seks hebben. Ook een te vroege overgang of een schildklieraandoening kan een zwangerschap in de weg staan. Met al dit soort zaken houdt de huisarts rekening.

De huisarts doet ook lichamelijk onderzoek. 

De huisarts bekijkt de vagina en doet een inwendig onderzoek. Hij brengt twee vingers naar binnen om aan de eierstokken en de baarmoeder te voelen. Met behulp van een eendenbek (speculum) kan hij de baarmoedermond bekijken. Zo kan de huisarts een eventuele lichamelijke afwijking op het spoor komen. De huisarts let ook op uw gewicht. Bij overgewicht en bij ondergewicht is het moeilijker om zwanger te worden.

Daarna laat de huisarts een bloedtest doen. Daarmee laat hij onderzoeken of u chlamydia hebt gehad. Dit is een soa. Het is mogelijk dat uw eileiders daardoor zijn dichtgegroeid.

Bij mannen laat de huisarts eerst het sperma onderzoeken. Dat maakt duidelijk of het zaad van goede kwaliteit is. U krijgt een potje mee naar huis om sperma in op te vangen. U moet het potje binnen 1 à 2 uur naar het laboratorium brengen.

Is de kwaliteit van het zaad minder goed? Dan doet de huisarts ook lichamelijk onderzoek. Hij bekijkt en bevoelt dan uw geslachtsdelen. Zo kan hij een eventuele lichamelijke afwijking op het spoor komen. Soms is bijvoorbeeld een zaadbal niet ingedaald.

De huisarts berekent hoe groot de kans is op een spontane zwangerschap. Daarbij kijkt hij naar de kwaliteit van het zaad en naar de leeftijd van de vrouw. De vruchtbaarheid neemt af als een vrouw ouder wordt.

  • Als de kans groter is dan 40%, raadt de huisarts aan om nog af te wachten. Vaak lukt het binnen een jaar toch om zwanger te worden. Soms geeft de huisarts ook het advies om uw leefstijl aan te passen. Bijvoorbeeld door te stoppen met roken of niet meer te drinken. Of door af te vallen.
  • Als de kans kleiner is dan 30%, verwijst de huisarts u door naar het ziekenhuis. Daar kunt u terecht voor verder onderzoek. De huisarts verwijst u ook door als de vrouw 38 jaar of ouder is.
  • Ligt de kans tussen de 30 en 40%? Dan overlegt de huisarts met u over de volgende stap.

Bekijk het rekenmodel dat de huisarts gebruikt.

Blijkt uit het onderzoek dat er misschien een lichamelijke oorzaak is? Dan stuurt de huisarts u ook door naar het ziekenhuis. Bij seksuele problemen kan de huisarts u verwijzen naar een seksuoloog.

Verberg

In het ziekenhuis komt u bij de gynaecoloog. Deze medisch specialist houdt zich onder meer bezig met problemen bij zwangerschap en bevalling.

De gynaecoloog doet eerst een basisonderzoek. Dit heet het oriënterend fertiliteitsonderzoek (OFO). Stap voor stap bekijkt de gynaecoloog wat de oorzaak van de vruchtbaarheidsproblemen is. Eerst stelt hij vragen. Bijvoorbeeld over uw gezondheid en ziektes in de familie. Daarnaast doet hij een aantal andere onderzoeken.

Lees meer over het vruchtbaarheidsonderzoek bij de gynaecoloog.

De gynaecoloog onderzoekt eerst de geslachtsorganen. Hij doet een uitwendig en een inwendig onderzoek.

Lees meer over het onderzoek van de geslachtsorganen.

Daarna bekijkt hij of er een eisprong plaatsvindt. Dit kan onder meer met bloedonderzoek of een inwendige echo. Ook kan hij u vragen een tijdje uw lichaamstemperatuur te meten. Met de inwendige echo kan hij de baarmoeder en eierstokken in beeld brengen. Zo spoort hij eventuele lichamelijke afwijkingen op.

Lees meer over het echo-onderzoek.

Via het bloedonderzoek is ook te zien of u chlamydia hebt gehad. Daardoor kunnen de eileiders dichtgegroeid zijn. De gynaecoloog kan dit nog verder onderzoeken met een kijkoperatie (laparoscopie) of een speciale fototechniek (baarmoederfoto of HSG: hysterosalpingografie).

Soms onderzoekt de gynaecoloog het slijmvlies van de baarmoedermond (de ingang van de baarmoeder). Hij gaat na of de zaadcellen daar wel doorheen kunnen dringen. Deze test doet hij een aantal uur nadat u seks hebt gehad in de vruchtbare periode (dus rond de eisprong). Dit onderzoek heet samenlevingstest, post-coïtum-test of Sims-Hühnertest.

Bij mannen is lichamelijk onderzoek meestal niet nodig. Wel wordt de kwaliteit van het sperma onderzocht. Dit onderzoek gebeurt vaak meerdere keren. De kwaliteit kan namelijk per keer verschillen.

Als het zaad van slechte kwaliteit is, probeert de gynaecoloog te ontdekken hoe dat komt. Maar vaak blijft dat onduidelijk.

Moet u lichamelijk worden onderzocht? Dan overlegt de gynaecoloog met de uroloog. Deze arts is onder meer gespecialiseerd in behandelingen aan de geslachtsorganen van de man.

Lees meer over het spermaonderzoek en andere onderzoeken.

De gynaecoloog bespreekt de uitslagen van de verschillende onderzoeken met u. De oorzaak van de vruchtbaarheidsproblemen kan bij de man of bij de vrouw liggen. Maar ook bij allebei de partners. Soms blijft de oorzaak onduidelijk. Er is dan sprake van onverklaarde verminderde vruchtbaarheid.

De gynaecoloog bespreekt ook of een vruchtbaarheidsbehandeling mogelijk is. Hij geeft uitleg over de voordelen en de nadelen van zo´n behandeling. Samen met uw arts en uw partner kunt u dan een keuze maken.

Mogelijk verwijst de gynaecoloog u voor de vruchtbaarheidsbehandeling door naar een ander ziekenhuis of naar een fertiliteitscentrum (ook wel: vruchtbaarheidskliniek). Niet alle ziekenhuizen bieden alle soorten behandelingen aan.

Lees hoe u een fertiliteitskliniek kunt kiezen.

Verberg

Het is afhankelijk van uw persoonlijke situatie of een vruchtbaarheidsbehandeling mogelijk is. En welke dan het meest geschikt is. Ook tijdens de behandeling blijft een gezonde leefstijl belangrijk. Een vruchtbaarheidsbehandeling lukt minder goed als u of uw partner rookt,

Lees hieronder over de mogelijkheden. Houd er rekening mee dat een behandeling niet altijd lukt.

Een mogelijke behandeling is kunstmatige inseminatie. Het zaad wordt eerst bewerkt in het laboratorium. Daarna spuit de arts het zaad direct in de baarmoeder via een dun slangetje (katheter). Dit heet ook wel intra-uteriene inseminatie (IUI). Intra-uterien betekent in de baarmoeder.

Lees meer over IUI.

Lees uitgebreide informatie over deze soort inseminatie.

Eventueel kunt u zaad van een donor (andere man) gebruiken. Dit is kunstmatige inseminatie met donorsperma (KID). Het zaad wordt via een spuitje in de vagina ingebracht. Dit kan ook thuis (zelfinseminatie). Ook kan het zaad direct in de baarmoeder gespoten worden.

Lees meer over KID.

Een andere mogelijkheid is intracytoplasmatische sperma-injectie (ICSI). Hierbij vindt bevruchting plaats in het laboratorium. De eicellen worden eerst uit het lichaam van de vrouw gehaald, net als bij IVF. Maar in plaats van dat de arts de eicel en zaadcellen in een glazen schaaltje samenbrengt, spuit hij de zaadcel direct in de eicel. Daarna plaatst hij de bevruchte eicel voor een paar dagen in een broedstof. Als er een embryo ontstaat, plaatst de arts die in de baarmoeder.

Lees meer over ICSI.

Lees uitgebreide informatie over deze techniek.

Soms zitten er helemaal geen zaadcellen in het sperma. Het is mogelijk dat het lichaam wel zaadcellen aanmaakt, maar dat deze achterblijven in de ballen. De arts kan de zaadcellen daar dan direct uit halen. De verschillende technieken hiervoor heten MESA, PESA of TESE.

De bevruchting vindt plaats in het laboratorium. Hiervoor moeten er eicellen uit het lichaam van de vrouw gehaald worden.

Lees meer over deze technieken.

Met behulp van hormonen kan de arts de eisprong opwekken. Dit heet ook wel ovulatie-inductie. Meestal gebeurt dit met medicijnen die clomifeen bevatten. Soms door middel van bepaalde injecties. Deze middelen worden ook gebruikt bij een IVF-behandeling.

Lees meer over het opwekken van de eisprong.

Lees meer over middelen die bij ovulatie-inductie gebruikt worden.

Lees meer over clomifeen.

Soms kan de arts de eileiders herstellen met een operatie. Dit heet tubachirurgie. Tuba is een ander woord voor eileider. Meestal gaat het om een kijkoperatie.

Lees meer over een eileideroperatie.

Lees meer over de kijkoperatie.

Een andere mogelijkheid is in-vitrofertilisatie (IVF). Hierbij vindt bevruchting plaats in het laboratorium. Deze behandeling kan ook worden toegepast als de oorzaak onduidelijk is (zie hieronder).

Een mogelijke behandeling is kunstmatige inseminatie, direct in de baarmoeder (ook wel: intra-uterien inseminatie, IUI). Deze techniek is hiervoor al beschreven. Hij wordt ook gebruikt als het zaad van slechte kwaliteit is.

Een van de bekendste vruchtbaarheidsbehandelingen is in-vitrofertilisatie (IVF). IVF heet ook wel reageerbuisbevruchting. In een laboratorium worden de eicel en de zaadcel samengebracht in een schaaltje. Als deze na een paar dagen is uitgegroeid tot een embryo, plaatst de arts hem terug in de baarmoeder.

Lees meer over IVF.

Lees uitgebreide informatie over deze techniek.

Blijkt uit het onderzoek dat de man helemaal geen zaadcellen meer aanmaakt? Dan kunt u eventueel sperma van een donor gebruiken. U kunt dit inbrengen met kunstmatige inseminatie. Via een spuitje wordt het in de vagina of direct in de baarmoeder gespoten.

U kunt zelf een donor zoeken of gebruikmaken van een spermabank.

Lees meer over kunstmatige inseminatie met donorzaad (KID).

Bekijk welke spermabanken er in Nederland zijn.

Ook kunt u adoptie overwegen. Uw kinderwens gaat dan op een andere manier in vervulling.

Lees meer over adoptie.

Een ander alternatief is pleegzorg.

Lees meer over pleegzorg.

Blijkt uit het onderzoek dat de vrouw geen eicellen meer heeft? Dan kunt u eventueel een eicel van een donor gebruiken. De bevruchting vindt dan plaats in het laboratorium. In een laboratorium worden de eicel en de zaadcel samengebracht in een schaaltje. Daarna wordt het bevruchte eitje in de baarmoeder van de vrouw (‘wensmoeder’) geplaatst.

U kunt zelf een donor zoeken of gebruikmaken van een eicelbank. In Nederland zijn er drie: in Amsterdam, Leiderdorp en Utrecht.  

Lees meer over eiceldonatie.

Ook kunt u adoptie overwegen. Uw kinderwens gaat dan op een andere manier in vervulling.

Lees meer over adoptie.

Een ander alternatief is pleegzorg.

Lees meer over pleegzorg.

Door bepaalde medische behandelingen kunt u onvruchtbaar worden. Dit komt voor bij kanker. Soms zijn er mogelijkheden om de vruchtbaarheid toch te behouden. De medisch specialist zal dit met u bespreken.  

Lees over vruchtbaarheid en kanker.

Lees meer over behoud van vruchtbaarheid bij kanker.

 

Verberg

Het kan erg moeilijk zijn als het niet vanzelf lukt om zwanger te worden. Dit kan veel stress opleveren, ook binnen uw relatie. De behandelingen kunnen erg zwaar zijn. Zeker omdat u geen garantie hebt dat de behandeling ook echt tot een zwangerschap leidt. Overleg steeds met uw partner en uw arts hoe ver u wilt gaan. U kunt ook besluiten om af te zien van behandeling.

Lees meer over het maken van keuzes.

Als blijkt dat uw kinderwens onvervuld blijft, breekt een rouwperiode aan. Uw leven verloopt anders dan u zich misschien had voorgesteld.

Lees meer over het leven met een onvervulde kinderwens.

In iedere fase zal uw arts proberen u zo goed mogelijk te steunen. Eventueel kan hij u doorverwijzen naar een psycholoog of maatschappelijk werker. U kunt ook terecht bij uw huisarts als u over uw gevoelens wilt praten. Zelf kunt u ook steun zoeken bij lotgenoten. Deze kunt u onder meer ontmoeten via Freya, de vereniging voor mensen met vruchtbaarheidsproblemen. Het kan prettig zijn om contact te hebben met mensen die hetzelfde doormaken.

 

Verberg

Zoek een vruchtbaarheidskliniek

De Monitor Fertiliteitszorg van Freya geeft een overzicht van vruchtbaarheidsbehandelingen bij ziekenhuizen en klinieken in Nederland. De gegevens worden door zorginstellingen zelf aangeleverd. Hiermee kunt u een zorgaanbieder zoeken die het beste bij uw wensen past.

Ga naar de Monitor Fertiliteitszorg

Behandelkeuzehulp IVF versus afwachten

Deze behandelkeuzehulp is geschikt voor paren waarvan de vrouw 38 jaar of ouder is. Lees over de voordelen en nadelen van IVF. En over de voordelen en nadelen als u de behandeling nog even uitstelt.

Meer weten over vruchtbaarheidsproblemen?

Bronnen: Freya, NVOG en Thuisarts.nl

Deze pagina is voor het laatst gewijzigd op 09 mei 2017.

Deel deze pagina via: