Geneesmiddelen die worden gebruikt om de symptomen van stress en angst te verminderen
- alprazolam
- clobazam
- diazepam
- lorazepam
- oxazepam
Angstreducerende middelen, ook wel anxiolytica of kalmerende middelen geheten, worden ingezet bij de behandeling van angststoornissen (Angststoornissen), waarbij gevoelens van paniek al of niet in combinatie met lichamelijke symptomen zoals hartkloppingen en beven kunnen voorkomen. Tegelijk met de geneesmiddelen moet eventueel ook de onderliggende oorzaak worden behandeld, bijvoorbeeld met psychotherapie. Sommige middelen kunnen specifiek tegen de lichamelijke symptomen van angst worden gebruikt, bijvoorbeeld bij angst voor optreden in het openbaar bij artiesten. Ook kunnen bepaalde middelen worden voorgeschreven voorafgaand aan een operatie.
Er worden verschillende soorten middelen gebruikt bij de behandeling van angst. Benzodiazepinen worden het vaakst voorgeschreven als kortetermijnbehandeling van de psychische symptomen van angst.
Als de lichamelijke symptomen zoals beven het grootste probleem vormen, bijvoorbeeld trillen bij spreken in het openbaar, kunnen bètablokkers (Bètablokkers) worden gebruikt. Buspiron wordt soms voorgeschreven in plaats van benzodiazepinen omdat het minder slaperigheid veroorzaakt en wel langdurig kan worden gebruikt. Ook worden vaak antidepressiva gebruikt, vooral bij de paniekstoornis, de dwangstoornis en verschillende soorten fobieën.
Deze middelen kunnen worden gebruikt bij ernstige angst. Zij verminderen onrust en leiden tot een gevoel van minder spanning (Slaapmiddelen).
Benzodiazepinen remmen de activiteit in bepaalde hersengebieden. Zij veroorzaken vaak sufheid, zodat ze ook als slaapmiddel worden gebruikt (Slaapmiddelen). Het gebruik van alcohol tijdens het gebruik van benzodiazepinen kan het sederende effect versterken. Verder kunnen deze middelen leiden tot verwardheid, duizeligheid, coördinatiestoornissen en traagheid. Zij moeten bij voorkeur niet langer dan één tot twee maanden worden gebruikt. Na een langduriger gebruik kunnen er ontwenningsverschijnselen ontstaan bij het stoppen, zoals extreme angst, slaapproblemen en rusteloosheid.
Benzodiazepinen kunnen slaperigheid veroorzaken en de rijvaardigheid en de bediening van machines beïnvloeden.
De lichamelijke symptomen die soms bij angst voorkomen, kunnen worden verminderd door gebruik van bètablokkers. Deze middelen dienen voorafgaand aan een spanning oproepende situatie te worden gebruikt en zijn niet geschikt voor een langetermijnbehandeling van angst. Veel middelen tegen angststoornissen, ook voor de behandeling op lange termijn, zijn antidepressiva, met name clomipramine, imipramine, de selectieve serotonine-heropnameremmers, moclobemide en venlafaxine. Zij werken niet direct angstdempend, maar onderdrukken op een termijn van enkele weken de verschijnselen van de angststoornis. Aanvankelijk nemen de angst en onrust vaak zelfs enigszins toe. Een ander middel tegen angst is buspiron, dat minder verslavend is dan de benzodiazepinen en ook minder sederend werkt. Ook bij buspiron kan het twee weken duren voordat het effect ervan merkbaar is. Eventuele bijwerkingen zijn nervositeit, hoofdpijn en duizeligheid. Ook kan het middel de rijvaardigheid beïnvloeden en het bedienen van machines bemoeilijken.